'Positie banken bij faillissement buitenproportioneel'

Als een winkel failliet gaat, gaan de spullen vaak in uitverkoop en strijken de banken een groot deel van het geld op. Al jaren is er een discussie over of dat wel terecht is, maar hoe zit het eigenlijk? En is het terecht?

De eigenaren van Oad of de curator van MS Mode mopperen onlangs nog dat de banken te snel de stekker uit de onderneming trokken en onmogelijke eisen stelden. Vorig jaar was een discussie in de Tweede Kamer die zich toespitste op de werkwijze van de afdeling van de banken die daarover gaat: bijzonder beheer. Er werd harde taal gesproken, maar uiteindelijk kreeg de discussie geen staartje. Alles blijft zoals het was.

Uit fel bekritiseerd onderzoek van toezichthouder AFM kwam vorig jaar naar voren dat banken mkb'ers niet structureel benadelen als de bank besluit om zich met de zaken te bemoeien. Wel ontbreekt informatie over wat ondernemers in dat geval te wachten staat, zeggen de onderzoekers. In Engeland paste een bank na een flinke discussie wel zijn beleid aan.

 'Buiten proportioneel'

Toch is in Nederland de sterke positie van de banken "buiten proportioneel", zegt Michiel Werkman. Hij is auteur van het boek 'Rotbanken, hoe het er achter de metershoge bankmuren en aan de andere kant van de tafel aan toegaat' en werkte eerder jarenlang o.a. bij de Rabobank als senior accountmanager grootzakelijk.

"Van die sterke positie maken ze ook gebruik", zegt advocaat Toni van Hees van Stibbe Advocaten. Hij was onder andere als curator betrokken bij Perry Sport. "Soms komt het daarbij tot een aanvaring met de curator, omdat die vindt dat een bank teveel geld of beleid naar zich toetrekt. Ikzelf heb recent bij het faillissement van Perry Sport ook zo’n aanvaring gehad, maar je ziet het veel vaker", zegt hij. 

Wat voor rechten heeft een bank bij faillissement?  

Banken vragen in ruil voor hun financieringen onderpand, bijvoorbeeld de voorraad en inventaris van een bedrijf. Zo kunnen zij hun verliezen te beperken als een onderneming in de problemen komt.

Dat onderpand geeft hun veel privileges. Als een bedrijf bergafwaarts gaat, kunnen ze veel eisen stellen aan het beleid van een bedrijf. En als de winkel failliet gaat, mogen banken hun onderpand opeisen en hun lening terug proberen te krijgen met de opbrengst daarvan. Andere schuldeisers moeten het doen met het geld wat overblijft.

Is dat terecht?

In het buitenland is dat soms anders, maar in Nederland is dat zo gegroeid door wetgeving en uitspraken van de Hoge Raad. De gedachte daarbij is dat wanneer de banken onvoldoende middelen hebben om het door hen uitgeleende geld terug te krijgen, zij minder gemakkelijk krediet zullen verstrekken. En dat zou schadelijk zijn voor de economie.

Bij een faillissement zijn er meestal geen winnaars, dus het is logisch dat iemand het verlies moet nemen. Als een leverancier van het failliete bedrijf dat moet doen, dan zal deze uiteindelijk hogere prijzen aan andere afnemers moeten berekenen om zijn verlies weer goed te maken. Hetzelfde geldt voor een bank: ook die zal het geld op een één of andere manier weer moeten compenseren.

Dat Nederland ervoor kiest om de banken het minst te laten lijden, is een bewuste keuze, zegt Van Hees. Er is een vrees dat banken anders minder snel bereid zijn om geld uit te lenen. "Dat is niet helemaal onzinnig. Je ziet het bij hypotheken: in Nederland kunnen banken heel gemakkelijk een huis verkopen als de hypotheek niet wordt betaald. Daarom kun je kunt in Nederland – nog steeds – veel gemakkelijker dan in het buitenland een hypotheek krijgen. Het is niet gek om te denken dat het één met het ander te maken heeft."

 Wat is er eerder over nog meer over de rol van de banken?

Door dat pandrecht hebben banken niet alleen tijdens een faillissement, maar ook daarvoor veel rechten. Zo kunnen ze vlak voor het bankroet al besluiten om de geldkraan (verder) dicht te draaien. Dat zorgt ervoor dat ondernemers hun eigen bedrijf ook minder gemakkelijk kunnen redden.

"Het komt helaas ook voor dat banken weigeren om de declaraties te voldoen van de door ondernemers zélf ingeschakelde bankonafhankelijke specialisten", zegt Werkman. Hij vind dat dit de ondernemersvrijheid beperkt en daardoor veel onnodige (maatschappelijke) schade kan berokkenen. 

Wie komen er in de problemen?

"De keuze die in Nederland is gemaakt om de banken in faillissement een sterke positie te geven, is natuurlijk een keuze in het nadeel van de andere schuldeisers", legt Van Hees uit. Een ander probleem is volgens hem dat de banken vaak zoveel naar zich toe trekken dat er geen voldoende geld is om de kosten van het faillissement te kunnen betalen. "In ongeveer twee derde van de faillissementen doet zich dat voor. "

Hij en zijn vakgenoten moeten bijvoorbeeld uitzoeken of er geen fraude is gepleegd, rommel opruimen en soms gevaarlijke stoffen laten verwijderen en allerlei andere zaken regelen. Op het moment dat voor de curatoren het geld op is, blijven er in sommige gevallen zaken liggen. Het komt volgens hem bijvoorbeeld regelmatig voor dat een bedrijf in moeilijkheden te weinig geld heeft om afvalstoffen te laten verwijderen. "Als het bedrijf dan failliet wordt verklaard ligt er een grote hoeveelheid afval op het terrein. Het is dan de taak van de curator om dat op te lossen. Heeft hij geen geld, dan kan hij dat niet doen." 

'Je kunt ook in zee gaan met private investeerders'

Bedrijven moeten wel veel beter nadenken over de financieringsvoorwaarden, benadrukt Werkman. Bovendien hóeven ze niet in alle gevallen een financiering bij een bank af te sluiten. “Je kunt er ook voor kiezen om niet met hen in zee te gaan, maar bijvoorbeeld met private investeerders." Dat brengt wel een nadeel met zich mee: investeerders vragen meestal een (veel) hogere rente over hun inbreng.

Maar stel nou dat banken beperkt worden in hun recht om onderpand te vragen (bijvoorbeeld maximaal een derde), helpt dat dan? Dat is in het voordeel van ondernemers en hun andere crediteuren, die nu vaak met lege handen achterblijven. Maar ook daar zit de discussie klem: "het zal de prijs van bankkrediet wel opdrijven", zegt Werkman.

Op het moment dat een bank meer risico loopt, gaat de rente omhoog om het risico te beperken. "Als een bank bijvoorbeeld één miljoen euro moet afboeken, dan moeten ze vele honderden financieringen wegzetten om dat ene verlies weer in nieuwe rentemarges terug te verdienen", legt hij uit. Werkman noemt het faillissement van MS Mode van vorige maand. "Hadden ze in dat geval wel een hoger rentepercentage kunnen betalen? Of gingen ze dan eerder op de fles?", werpt hij op.