Digitaal contracteren, wat zijn de mogelijkheden?

Er worden steeds minder brieven verstuurd en ook de fax is inmiddels (bijna) een museumstuk. Maar hoe zit het dan met contracten? Is digitaal contracteren altijd mogelijk en hoe zit het dan met de ‘vereiste’ handtekening?

Aanbod en aanvaarding

Krabbeltje. Een (nog steeds) wijdverbreid misverstand is dat een contract alleen een contract is als er een handtekening van beide partijen onder staat. Juristen noemen dit het schriftelijkheidsvereiste. Let op. Het schriftelijkheidsvereiste geldt slechts in een beperkt aantal gevallen, bijv. bij de aankoop van een woning door een particulier.

Bewijsstuk. Een schriftelijk contract met handtekening is weliswaar een belangrijk bewijsstuk dat er een overeenkomst is gesloten, maar meestal is dit geen vereiste voor een geldige overeenkomst. Let op. Volgens de wet heeft alleen het origineel bewijskracht. Zorg er dus voor dat u altijd kunt beschikken over een origineel exemplaar van alle door u ondertekende contracten.

Een man een man … Ook een mondelinge overeenkomst (bijv. een krop sla bij de groenteboer) en ook een overeenkomst die u sluit door bijv. een treinkaartje uit een automaat te halen is een geldige (vervoers)overeenkomst. Zeker in het laatste geval realiseert u zich misschien niet eens dat u een overeenkomst sluit, en al helemaal niet dat het gaat om een vervoersovereenkomst. U koopt immers gewoon een treinkaartje.

Het moet wel kloppen!

Op papier. Het is dus niet verplicht om een schriftelijke overeenkomst met de handtekeningen van beide partijen te hebben. Maar als er een schriftelijk overeenkomst is, dan moet die natuurlijk wel kloppen. Dit betekent dus dat de handtekening op het contract moet kloppen. En als de naam van de contractant steeds verkeerd is geschreven, kan dit ook een reden zijn om aan de schriftelijke stukken te twijfelen. Als namen of handtekeningen niet kloppen, zijn er voldoende redenen om te twijfelen aan het getoonde ‘bewijs’ en aan de geldigheid van de overeenkomst.

Het kan ook u overkomen

Een afvalverwerkingsbedrijf stelt een overeenkomst te hebben met Xavier, de eigenaar van een eenmanszaak. Omdat Xavier zijn verplichtingen uit de overeenkomst niet nakomt, eist het afvalverwerkingsbedrijf via de kantonrechter een bedrag van € 731,83 plus rente en proceskosten.

Geen contract? Xavier zegt dat hij nooit een overeenkomst heeft gesloten met dit bedrijf. Bovendien is de eenmanszaak waarvoor het contract zou zijn afgesloten al lang opgeheven. Dit blijkt uit de inschrijving bij de Kamer van Koophandel.

Valse bewijsstukken? De kantonrechter geeft het afvalverwerkingsbedrijf de gelegenheid om het bestaan van de overeenkomst te bewijzen. Het bedrijf komt op de proppen met enkele schriftelijke bewijsstukken. In deze documenten wordt de naam van Xavier steeds op verschillende manieren gespeld. Xavier stelt bovendien dat de handtekening op de documenten vals is. Hij legt als bewijs een kopie van zijn identiteitsbewijs over met een duidelijk andere handtekening.

Niet genoeg bewijs. De kantonrechter van Rechtbank Den Haag, 20.06.2018 (RBDHA:2018:6370) , vindt dat het bijeengebrachte bewijs onvoldoende is om het bestaan van een overeenkomst met Xavier aan te tonen. De kantonrechter wijst de vordering van het afvalverwerkingsbedrijf af. Tip. Check bij een belangrijke overeenkomst de naam en handtekening aan de hand van een identiteitsbewijs.

Wie zich op het bestaan van een overeenkomst beroept en hiervoor schriftelijk bewijs aandraagt, moet de juistheid van namen en handtekeningen controleren. Gaat het om belangrijke zaken, vergelijk een naam en handtekening dan bijvoorbeeld met die van een identiteitsbewijs.